Het nieuwe goud heet rekenkracht
- Deborah Nas

- 12 mei
- 4 minuten om te lezen
Een paar maanden geleden hadden Dario Amodei en Elon Musk publiekelijk ruzie. Amodei is de CEO van Anthropic, het AI-bedrijf achter Claude. Musk is, nou ja, Musk. Op X, zijn eigen platform, kraakte hij Anthropic nog volledig af. Het bleef bij woorden.
Tot vorige week. Toen tekende Anthropic een deal om alle beschikbare rekenkracht op te kopen van een SpaceX datacenter in Memphis. Het AI-datacentrum van diezelfde Musk.
Driehonderd megawatt, genoeg stroom om een middelgrote Nederlandse stad te laten draaien. Maar in plaats van naar huishoudens vloeit die stroom naar computerchips (GPU’s) die taal genereren.
Tussen de ruzie en de handtekening is er eigenlijk niets gebeurd. En toch is iets fundamenteels veranderd. In deze nieuwe economie maakt het niet meer uit met wie je vorige maand publiekelijk overhoop lag. De honger naar rekenkracht overstijgt alles, persoonlijk, ideologisch, geopolitiek.

615 miljard, en het is nog niet genoeg
Big Tech presenteerde recent zijn kwartaalcijfers. Daaruit bleek dat Meta, Amazon, Microsoft en Alphabet samen voor €615 miljard investeren in 2026 in AI-infrastructuur. Datacenters, chips en de stroomvoorziening om dat hele bouwwerk overeind te houden. Dat is wat op de balans staat. Daarboven komt nog financiering die bewust buiten de balans wordt gehouden, dus in werkelijkheid ligt het bedrag nog hoger.
Even ter vergelijking: de hele Nederlandse rijksbegroting voor 2026 ligt rond de €450 miljard. Vier Amerikaanse bedrijven geven dus ruim 35% méér uit dan een complete Westerse welvaartsstaat besteedt aan zorg, onderwijs, defensie en alle andere collectieve voorzieningen samen.
Dat is een wonderlijke verschuiving. Techbedrijven hadden traditioneel weinig fysieke assets. Geen fabrieken, geen schoorstenen, geen kantoorgebouwen die er echt toe deden. Code en cloud, dat was het. Nu worden ze een soort moderne nutsbedrijven, met balansen, stroomrekeningen en betonleveranciers die daarbij horen.
AI-infrastructuur: stroom voor een stad
Kan dat zomaar allemaal? Niet zonder kreukels. Bloomberg en Reuters berichtten recent dat Microsoft overweegt zijn duurzaamheidsambities terug te schroeven. Begrijpelijk, want de energievraag die hier op tafel ligt verhoudt zich slecht tot eerder gemaakte klimaatbeloftes. Datacenters slurpen stroom op een schaal waar we als planeet nog geen passend antwoord op hebben.
Daarom worden er ook strategische allianties gesloten die een jaar geleden ondenkbaar waren. Vroeger waren bedrijven elkaars vrienden of elkaars vijanden. Nu zijn ze gewoon elkaars capaciteit-leveranciers. Dat is wat die Anthropic-SpaceX deal eigenlijk samenvat.
Anthropic groeit in het eerste kwartaal van 2026 op een tempo dat, geëxtrapoleerd over het hele jaar, neerkomt op een factor 80. Hun systemen liepen vast, klanten klaagden en er was met spoed nieuwe rekenkracht nodig. En dan blijkt: degene die kan leveren, is iemand met wie je net publiekelijk ruzie had. Maakt niet meer uit.
Loonkosten ingeruild voor rekenkracht
Terwijl die bouwgolf op gang komt, schrappen diezelfde techbedrijven duizenden banen. Hoe valt dat te rijmen?
Microsoft bood vrijwillig vroegpensioen aan 7% van zijn Amerikaanse medewerkers. Cloudflare kondigde vorige week aan ongeveer 20% van de banen te schrappen, met als toelichting dat het interne AI-gebruik in drie maanden met meer dan 600% was gestegen. Meta laat duizenden vacatures niet invullen en ontslaat ongeveer 10% van het huidige personeel.
Bij Meta zit er, zoals zo vaak, een controversieel randje aan. Het bedrijf rolde recent een programma uit waarbij op werklaptops toetsaanslagen, muisbewegingen en periodieke screenshots worden vastgelegd. Officieel staat dat los van de ontslagen. Maar laten we eerlijk zijn: als je tot op de muisbeweging vastlegt hoe medewerkers werken, kan een AI-agent die taken leren. En heb je die medewerker zelf straks niet meer nodig.
Meta omschrijft het in iets nettere termen, maar de logica is dezelfde: loonkosten worden ingeruild voor rekenkracht. Dat is een nieuwe boekhoudkundige realiteit. En die heeft consequenties die ver buiten Silicon Valley reiken.
Een primeur in de economische geschiedenis
Als de scenario's rondom AI-agents die hoogopgeleid werk overnemen werkelijkheid worden, dan zien we mogelijk iets dat we in de moderne economische geschiedenis nog niet eerder hebben gezien: een langdurige stijging van het bruto nationaal product, gecombineerd met een stijgende werkloosheid.
Van die groei profiteert een relatief kleine groep bedrijven. Om bij die groep te horen heb je vooral één ding nodig: heel veel rekenkracht. Het is een infrastructuur-economie geworden. En in zo'n economie heb je twee soorten bedrijven, en straks twee soorten landen: degenen met toegang tot rekenkracht, en degenen zonder.
En Nederland?
We hebben in Nederland relatief weinig rekenkracht in datacenters staan. Daar lopen we structureel achter. Tegelijkertijd profiteert Nederland industrieel juist heel goed van de wereldwijde bouwgolf. ASML verhoogde recent zijn omzetverwachting, gedreven door precies deze AI-investeringen. Aan ASML hangt een ecosysteem van honderden toeleveranciers, en dat is voor de Nederlandse economie goed nieuws.
Tegelijk is er in Nederland veel maatschappelijke weerstand tegen het bijbouwen van datacenters. En zelfs als die weerstand er niet zou zijn, lukt het ons simpelweg niet om nieuwe datacenters op het overvolle stroomnet aan te sluiten.
Ons kabinet heeft de mond vol van digitale soevereiniteit en strategische autonomie. Maar concrete stappen op AI-vlak blijven uit. We verkopen de schoppen aan iedereen die naar goud delft, en verbazen ons vervolgens dat we zelf zo weinig goud overhouden.
In de infrastructuur-economie zijn dat twee verschillende rollen. Toeleverancier zijn is mooi en het levert veel op. Maar het is niet hetzelfde als zélf aan tafel zitten waar over de toekomst wordt beslist.
Deze blog is gebaseerd op mijn Tech Update in BNR Zakendoen. Luister het hier terug: https://www.bnr.nl/gemist?date=11-05-2026&time=11-19-55


